Kun je nog een hond nemen op latere leeftijd? | Co Pet Parent
🧓 Latere leeftijd

Kun je nog een hond nemen op latere leeftijd?

Deze vraag komt meestal van iemand die al jaren honden heeft gehad en zich afvraagt of er nog eentje bij kan. Of van de kinderen, die het liever niet hardop vragen. Het antwoord hangt minder aan je geboortejaar dan aan twee dingen die je vooraf kunt regelen.

Ja, op latere leeftijd een hond nemen kan goed, en voor veel mensen pakt het juist dan het beste uit: een hond geeft een dagritme, een reden om naar buiten te gaan en aanspraak onderweg. Of het verantwoord is hangt aan twee dingen. Het eerste is of de hond bij je tempo past. Een volwassen of oudere hond uit het asiel vraagt veel minder van je dan een pup, en een hond die niet aan de lijn trekt en niet getild hoeft te worden scheelt elke dag opnieuw. Het tweede is de rekensom die niemand graag maakt: een hond gaat tien tot vijftien jaar mee. Regel daarom vooraf wie de rondjes overneemt als je een tijd uit de running bent, en bij wie de hond terechtkomt als het zelf niet meer gaat. Staan die twee dingen, dan is leeftijd op zichzelf geen reden om het niet te doen.

Waarom het op latere leeftijd vaak juist goed gaat

Een hond past meestal beter in een week met ruimte erin dan in een week die al vol zit. Wie niet meer elke dag naar kantoor hoeft, is thuis op de uren dat een hond het liefst gezelschap heeft, en kan de rondjes op het rustigste moment van de dag lopen in plaats van om zeven uur 's ochtends. Dat is precies wat de meeste honden nodig hebben.

Daar komt bij wat een hond teruggeeft. Dagelijks naar buiten gaan houdt mensen in beweging, en onderweg maak je vanzelf praatjes met mensen die je anders nooit zou spreken. Voor wie alleen woont is dat niet een bijkomstigheid maar vaak de hoofdreden.

Welke hond bij je past

De grootste winst zit niet in de leeftijd van het baasje maar in de keuze van de hond. Een pup lijkt aantrekkelijk omdat hij lang meegaat, maar hij vraagt het eerste jaar het meeste van iedereen: nachten eruit, zindelijkheid, socialisatie, en een puberperiode waarin hij hard trekt. Een volwassen of oudere hond uit het asiel is daar het tegenovergestelde van. Zijn karakter is bekend, hij is meestal zindelijk, en de vrijwilligers die hem elke dag uitlaten kunnen je precies vertellen hoe hij aan de lijn loopt.

Let daarnaast op het gewicht en de kracht van de hond, niet alleen op de schofthoogte. Een hond die je in de auto moet tillen bij de dierenarts, of die bij het zien van een kat met je aan de haal gaat, is op een gladde stoep een ander dier dan in de huiskamer.

Wat welke hond van je vraagt

De verschillen tussen een pup en een oudere hond zijn groter dan mensen vooraf denken. Dit is grofweg hoe het eruitziet, met de kanttekening dat het ras en het karakter zwaarder wegen dan de leeftijd alleen.

Leeftijd van de hondWat hij van je vraagtWaar je op let
Pup, 0 tot 1 jaarDe eerste maanden vrijwel de hele dag aanwezig, korte nachten, veel opvoedingZwaar te combineren met een rustige week; de puberperiode erna trekt hard aan de lijn
Jonge hond, 1 tot 3 jaarVeel beweging en kopwerk, soms nog twee uur actieve tijd per dagPast bij wie zelf veel buiten is; de energie zakt pas rond het derde jaar
Volwassen hond, 3 tot 7 jaarDrie tot vijf rondjes per dag, samen ongeveer een tot twee uurKarakter en gedrag zijn uitgekristalliseerd, dus je weet wat je haalt
Oudere hond, 7 jaar en ouderKortere rondjes maar wel evenveel keer naar buiten, en meer rustHogere dierenartskosten en vaker een verzekering met een leeftijdsgrens
Hond met een medische aandoeningMedicijnen op vaste tijden en regelmatig naar de praktijkAlleen doen als het vervoer naar de dierenarts geregeld is

Wat je doet als het lopen zwaarder wordt

Het punt waarop het knelt is bijna nooit de hond, maar een periode waarin je zelf niet naar buiten kunt: een nieuwe heup, een griep die blijft hangen, een week ziekenhuis. De rondjes gaan in die weken gewoon door, en een hond die drie keer per dag naar buiten moet laat zich niet opsparen tot je weer kunt.

Regel dat voordat het nodig is, en bij voorkeur met twee namen in plaats van een. Een invaller die op vakantie is, is geen invaller. Zorg ook dat die persoon je hond al kent: iemand die voor het eerst binnenkomt op de dag dat jij in het ziekenhuis ligt, begint met een hond die van slag is.

Bij wie de hond terechtkomt als het zelf niet meer gaat

Dit is de vraag waar het gesprek met de kinderen meestal over gaat, en het is een eerlijke vraag. In Nederland geldt een hond juridisch als eigendom. Dat betekent dat hij bij overlijden in de nalatenschap valt en meegaat met de rest van de bezittingen, tenzij je iets anders hebt vastgelegd. Een dier kan zelf geen erfgenaam zijn, maar je kunt in een testament wel opnemen wie de hond krijgt, en daar een bedrag aan koppelen voor de verzorging. Een notaris regelt dat in een kort gesprek.

Belangrijker dan het papier is dat de persoon het weet en het wil. Vraag het, schrijf de naam op, en zorg dat die persoon de hond af en toe ziet. Hetzelfde geldt als je naar een plek verhuist waar geen hond mag komen: een hond die al een tweede vertrouwd huis heeft, verhuist naar iets bekends in plaats van naar het asiel.

Wanneer je er beter van afziet

Er zijn situaties waarin een eigen hond niet de goede keuze is, en dat eerlijk vaststellen is beter dan het een jaar later alsnog moeten oplossen. Dat zegt niets over of je van honden houdt; het gaat over de twaalf jaar die eraan vastzitten.

Tijd met een hond zonder er zelf een te nemen

Komt het er niet van, dan hoeft dat niet het einde van het verhaal te zijn. Asielen zoeken doorlopend vrijwilligers die honden uitlaten, en dat kan op het tempo en de dagen die jou passen. Ook in je eigen straat loopt vaak een baasje rond dat op werkdagen krap zit en blij is met iemand die het middagrondje overneemt. Vragen kost niets.

Co Pet Parent is daar de vaste variant van. Baasjes die iemand zoeken die er elke week bij hoort, en hondenliefhebbers die graag bij een hond horen zonder er zelf een te hebben, vinden elkaar in de eigen buurt. De hond blijft van zijn baasje; wat erbij komt is een vast gezicht in de kring eromheen. Rondkijken en een profiel aanmaken is gratis, een lidmaatschap kost €79 per jaar voor baasjes en €39 per jaar voor hondenliefhebbers, en er is geen tarief per wandeling.

Diezelfde route werkt ook andersom. Heb je wel een hond, dan is een hondenliefhebber uit je buurt die er elke week is precies de persoon die kan invallen als het een tijd niet lukt, juist omdat hij je hond dan al kent.

Veelgestelde vragen

Is er een leeftijdsgrens voor het adopteren van een hond uit het asiel?

Nee, asielen in Nederland hanteren geen vaste leeftijdsgrens. Wel kijken ze naar de combinatie: ze plaatsen liever geen pup bij iemand die er de energie niet voor heeft, en ze vragen bijna altijd of er iemand is die kan invallen. Veel asielen bemiddelen juist graag een rustige oudere hond aan iemand die thuis is, want dat zijn de honden die anders lang blijven zitten. Kom langs en vertel hoe je week eruitziet; dat werkt beter dan vooraf afhaken.

Wat gebeurt er met mijn hond als ik overlijd?

Een hond valt juridisch in de nalatenschap, net als je andere bezittingen, en gaat dus naar je erfgenamen tenzij je het anders hebt vastgelegd. Je kunt bij de notaris in een testament opnemen wie de hond krijgt en daar een bedrag voor de verzorging aan koppelen. Vraag de persoon in kwestie het vooraf, want een testament kan iemand wel aanwijzen maar niet verplichten.

Is een pup of een oudere hond beter als je ouder bent?

Voor de meeste mensen een volwassen of oudere hond. Een pup vraagt het eerste jaar korte nachten, zindelijkheidstraining en socialisatie, en trekt daarna een puberperiode lang hard aan de lijn. Bij een hond van drie jaar of ouder weet je wat je haalt: zijn karakter is bekend, hij is meestal zindelijk en het asiel kan je vertellen hoe hij aan de lijn loopt. Houd er wel rekening mee dat een oudere hond hogere dierenartskosten met zich meebrengt.

Hoe oud wordt een hond gemiddeld?

Grofweg tien tot vijftien jaar, en het formaat maakt daarin het meeste verschil. Grote rassen halen vaak acht tot twaalf jaar, kleine rassen eerder dertien tot zestien. Neem je een hond van zeven, dan reken je dus nog op een jaar of vijf tot acht. Dat getal is geen reden om af te zien van een hond, maar wel de reden om vooraf op te schrijven wie hem overneemt als dat nodig is.

Wie laat mijn hond uit als ik in het ziekenhuis lig?

Degene die je daarvoor hebt gevraagd toen er nog niets aan de hand was. Op de dag zelf is er geen tijd om iemand te zoeken en in te werken. Zorg daarom voor twee namen van mensen die je hond kennen en een sleutel kunnen krijgen, en hang een kaartje op de koelkast met die namen, de dierenarts en wat je hond eet. Lukt het via je eigen omgeving niet, dan vangen een hondenuitlater of een pension het op, en die kun je nu al bellen om kennis te maken.

Mag ik een hond houden in een aanleunwoning of een zorginstelling?

Dat verschilt per woning en per instelling en staat niet in de wet, maar in het huurcontract of het huisreglement. Veel aanleunwoningen staan een hond toe, bij verpleeghuizen is het vaker beperkt of aan voorwaarden gebonden. Vraag het schriftelijk na voordat je een hond haalt, en vraag meteen wat er geldt als je zorg zwaarder wordt. Dat is precies het moment waarop mensen voor een keuze komen te staan die ze niet hadden zien aankomen.

Verder lezen

Iemand in jouw buurt

Zoek je iemand uit je eigen buurt die je hond leert kennen?

Aanmelden →